05 januari 2022

Duurzame speelvoorzieningen voor elk kind

Dit is een verhalenreeks waarbij we in gesprek gaan met medewerkers van gemeente Venlo die zich inzetten voor een schone, veilige en duurzame openbare ruimte. De laatste keer spraken we Hedwig van Baalen over de uitdagingen van een groene stad. We maken nu kennis met Roland Sijbers, die sinds 2001 met veel plezier bij de gemeente werkt als Rayonleider Service Onderhoud en Beheerder Speelvoorzieningen.

Duurzame speelvoorzieningen voor elk kind

Op bovenstaande foto staat collega Fred Wentink.

Een interview met Roland Sijbers

Toen Roland in 2001 solliciteerde voor de functie Afvalcoördinator & Beheerder Speelvoorzieningen bij de gemeente Tegelen, wist hij niet dat er spoedig een herindeling van de regionale gemeentes aankwam. Een jaar later werkte hij dan ook niet meer voor de gemeente Tegelen, maar voor de nieuwe gemeente Venlo. “Sinds de fusie waren speelvoorzieningen onderdeel van de afdeling Groen. Groen was weer per stadsdeel ondergebracht en iedere rayonleider deed de werkzaamheden op een hele eigen manier. Ik heb daarom gevraagd of ik als coördinator mocht fungeren voor alle speelvoorzieningen in heel Groot-Venlo. Zo konden we het onderhoud en de renovatie van speeltoestellen veel meer uniform maken.”

Samen met twee medewerkers in de buitendienst, heeft Roland sindsdien de verantwoordelijkheid over zo’n 1.250 speeltoestellen, verdeeld over ongeveer 250 speelplekken in Venlo. “Onze voornaamste taken zijn inspecteren, controleren en repareren.” Omdat er een nieuw wetsbesluit voor attractie- en speelvoorzieningen van kracht werd, moesten alle toestellen aan strengere normen en veiligheidseisen voldoen. “Dit had best een impact op onze werkwijze. We moesten een aantal speelvoorzieningen vervangen en besloten enkel nog met leveranciers te werken die erkende, professionele speeltoestellen maken. Zo weten we altijd zeker dat het duurzaam en veilig is. In het verleden was het nog wel eens zo dat handige buurtbewoners een speeltoestel voor de buurt maakten, maar tegenwoordig werken wij altijd met één van de erkende leveranciers.”

“We werken enkel met erkende bedrijven, zodat we zeker weten dat speeltoestellen aan alle normen en eisen voldoen”

Behalve veiligheid, duurzaamheid en stevigheid van materialen, letten Roland en zijn team op de valhoogte en valdemping, op de vrije ruimte rondom het toestel en op de leeftijdscategorie ervan. “Een speeltoestel is altijd gemaakt voor een bepaalde leeftijdsfase. Een vuistregel is dat toestellen waar kinderen niet zelf op kunnen klauteren, niet geschikt zijn voor deze kinderen. Het is dan ook beter om als volwassene het kind niet te helpen bij het klimmen op speeltoestellen. Als ze er niet zelfstandig op kunnen klimmen is het toestel nog niet veilig of geschikt voor het kind.”

Een nieuw speeltoestel moet ook passen bij de belevingswereld van kinderen. “Het is heel belangrijk om te weten hoe kinderen spelen. Ik heb regelmatig in speeltuintjes het speelgedrag van kinderen bestudeerd. Een glijbaan is voor kinderen bijvoorbeeld niet zomaar een glijbaan. Ze maken er met hun fantasie ook een hut, piratenschip of winkeltje van. Je kan precies zien welke speeltoestellen kinderen links laten liggen en welke toestellen de fantasie prikkelen. Het is heel belangrijk om je altijd in de gedachten van het kind te blijven verplaatsen.”

“De nieuwe speeltuin in het Meeuwbeemdpark is samen met buurtbewoners en kinderen tot stand gekomen”

Om die reden krijgen kinderen - als het mogelijk is - inspraak, als ergens nieuwe speeltoestellen komen. “De nieuwe speeltuin in het Meeuwbeemdpark is bijvoorbeeld samen met buurtbewoners en kinderen tot stand gekomen. Wij gaven aan wat mogelijk was qua budget. Daarna kwamen er een aantal ontwerpen vanuit diverse leveranciers. Vervolgens mochten kinderen van de nabijgelegen basisschool Kleur-Rijk kiezen welk ontwerp het zou worden.” Roland lacht. “Bij mij zijn kinderen de baas. Dat zeg ik ook altijd tegen alle betrokken volwassenen. Soms merk je dat ouders een voorkeur hebben voor een ontwerp. Maar het gaat om de kinderen, zij moeten het interessant vinden om ermee te spelen, daarom moet je ook de kinderen laten kiezen! Ik heb zelf vier kinderen en in het verleden vroeg ik hen geregeld om advies; de mening van een kind is vaak waardevoller dan de mening van een volwassene.”

“Kinderen moeten speeltoestellen zelf kunnen kiezen, het moet voor hen interessant zijn om ermee te spelen”

Er is ook oog voor rolstoelgebruikers. Zo werd vorig jaar in Belfeld vanuit een bewonersvraag een rolstoeltrampoline geplaatst. Ook de nieuwe speeltuin in het Meeuwbeemdpark is nu voorzien van een rolstoelcarrousel. “Wanneer hier vraag naar is, proberen we een speeltuin voor mensen in een rolstoel ook leuk en toegankelijk te maken. Dit doen we vaak vraaggestuurd, wanneer er vanuit de directe omgeving van de speeltuin behoefte aan is. Er zijn toestellen die zowel voor rolstoelgebruikers als voor anderen plezierig zijn en veilig gebruikt kunnen worden; zo kan er samen gespeeld worden.”

Ten slotte is het van belang dat toestellen met hun tijd meegaan. “De uitstraling van een speeltoestel moeten passen bij hoe kinderen tegenwoordig spelen. Zo vinden we het belangrijk dat een toestel kleurrijk is, genoeg uitdaging biedt en vormen heeft die door kinderen op meerdere manieren geïnterpreteerd kunnen worden. Verder wordt spelen steeds interactiever. Er zijn al speeltoestellen die reageren op jouw geluiden en bewegingen. Ook zijn er speeltoestellen waar je je telefoon bij kunt gebruiken of speeltoestellen waarbij kinderen zelf het toestel activeren. Deze moderne technieken tezamen met mooie, duurzame, kleurrijke toestellen wordt het spelen van de toekomst.”

“Als er vraag naar is maken we een speeltuin voor mensen in een rolstoel ook graag leuk en toegankelijk”