04 november 2021

De uitdagingen van een groene stad

Dit is een verhalenreeks over de mensen die zich vanuit de gemeente Venlo inzetten voor een schone, geschikte en duurzame openbare ruimte. We spraken de vorige keer met Wesley Scheijvens, die ons als beheerder Openbare Ruimte bijpraatte over het asfaltonderhoud in Venlo. Deze keer is het woord aan Hedwig van Baalen, die als projectvoorbereider plannen maakt voor de beplanting in Venlo. Daarbij is ze sinds 2019 coördinator van het team dat zich bezighoudt met groenonderhoud. 

De uitdagingen van een groene stad

Een interview met Hedwig van Baalen

In vaktermen hebben ‘de mensen van het groen’ in Venlo het vaak over de aanplant en inboet van planten. Hedwig legt uit: “Op het moment dat de planten in onze perken en bakken afgestorven zijn, te groot zijn geworden of juist overwoekeren, gaan we ze vervangen. Als we slechts een paar planten hoeven te vervangen, noemen we dat ‘inboeten’. Als het opvullen van gaten niet voldoende is of als een plantensoort niet goed groeit op een bepaalde plek, kiezen we ervoor om het hele vak opnieuw aan te planten.”

De afgelopen tientallen jaren werd vaak gekozen voor stevige, stugge planten die wel tegen een stootje konden en gemakkelijk in onderhoud waren. “Hierdoor staan op veel plekken dezelfde planten. Ook werd niet altijd gelet op de biodiversiteit in de stad; oftewel verschillende soorten planten, waardoor er meer afwisseling is en er ook meer soorten dieren leven. Nu proberen we juist wél verschillende soorten aan te planten, zodat er minder sprake is van een monocultuur.”

Naast het terugbrengen van de biodiversiteit is het volgens Van Baalen ook een uitdaging om een goede balans te vinden tussen planten die groen blijven in de winter en planten die in de zomer bloemen dragen. “Sommige plekken wil je extra benadrukken. Op andere plekken wil je dat het er ’s winters én ’s zomers mooi uitziet. We kiezen steeds vaker voor verschillende vaste planten, die in de winter bijna helemaal afsterven, maar in de lente weer gaan bloeien en kleur geven. Het heeft alleen vaak wel een paar jaar nodig voordat de planten groot genoeg zijn en een mooi effect geven. Mensen willen vaak graag morgen resultaat hebben, maar soms moet je gewoon wat langer wachten voordat iets tot bloei komt. Zaden hebben ook de juiste omstandigheden nodig om tot ontwikkeling te komen. We zagen dit jaar bijvoorbeeld een explosie van klaprozen langs de wegen, omdat de omstandigheden gunstig waren. Wist je dat zaden van klaprozen wel honderd jaar kunnen blijven wachten in de grond?”

“We willen altijd graag morgen resultaat hebben, maar soms moet je wat langer geduld hebben voordat iets tot bloei komt”

Net als bij de aanleg van asfalt, is het bij de beplanting van een stad altijd bemiddelen tussen de verschillende belangen die er spelen. “Voor de natuur zou het goed zijn als we alles gewoon zijn gang konden laten gaan, maar dat kan natuurlijk niet zomaar in een stad. Sommige perken en bermen vormen we voor insecten en andere dieren om tot ruig gras, maar hier zijn bewoners niet altijd blij mee. Zij denken misschien zelfs dat we op zo’n plek geen onderhoud plegen. Bewoners houden van mooie fleurige borders, maar ook in de winter wil je op sommige plekken groen hebben. Ook moet je kijken hoeveel planten kosten, hoe lang hun levensduur is, welke soorten wel of juist niet goed samengaan en wat qua biodiversiteit een aanvulling is. Hoeveel onderhoud planten nodig hebben is ook van belang; we moeten het immers wel bij kunnen houden.”

Toch vindt Van Baalen dat we ook wel wat anders tegen onkruid mogen aankijken. “Natuurlijk is het belangrijk dat de perken en bermen er netjes bijliggen, maar hier en daar een plukje onkruid moet kunnen. De natuur heeft het al zo moeilijk in een stad en ik heb soms het gevoel dat onkruid niet mag bestaan. Ik zou ervoor willen pleiten dat mensen in hun voor- en achtertuinen de natuur meer toelaten. Soms zie je dat mensen hun hele voortuin hebben bestraat en zelfs de voegen hebben dichtgemaakt. Dan kan de natuur helemaal geen kant op. Als er veel regen valt kan bovendien het water niet weg. Ik denk dan ook dat we nog veel meer kunnen vergroenen. Het zou mooi zijn als mensen onkruid wat meer konden omarmen en de natuur in hun tuin de ruimte kunnen geven.”

“De natuur heeft het al zo moeilijk in een stad en ik heb soms het gevoel dat onkruid niet mag bestaan. Ik vind het mooi als mensen onkruid wat meer zouden kunnen omarmen”

Vergroening is zelfs bittere noodzaak als we de stad in de toekomst leefbaar willen houden, aldus Van Baalen. “Het veranderende klimaat stelt ons voor veel uitdagingen. Terwijl we vorige zomers te maken hadden met extreme hitte, hadden we deze zomer juist extreem veel regen. Die extremen gaan alleen maar heftiger worden. Vindt maar eens een mooie variatie aan planten die zowel gortdroge als zeiknatte zomers aankunnen. De droogte zorgt bij veel planten voor hittestress. In je eigen tuintje kun je nog bijsturen en water geven, maar voor een hele stad is dat niet te doen. Het is bovendien niet duurzaam om zoveel water te verbruiken. Wanneer het extreem nat is, steken meer schimmels en andere ziektes de kop op. Je wil daarom het liefst niet te veel bomen en planten van dezelfde soort bij elkaar hebben staan, want als er een ziekte in komt, kan er ineens een halve bomenlaan wegvallen. Mensen zien ons nooit graag kappen, maar hopelijk begrijpen ze dat wij dat zelf ook nooit graag doen. Als er echter een ziekte inzit, hebben we soms gewoonweg geen keuze.”