29 oktober 2021

Een duurzame kijk op ons asfalt

In deze verhalenreeks komen mensen aan het woord die zich vanuit de gemeente Venlo inzetten voor een schone, geschikte en duurzame openbare ruimte. De vorige keer leerden we de nieuwe afvalcoach kennen, Suzanne van Knippenberg. Voor dit verhaal spreken we met Wesley Scheijvens, zo’n zes jaar werkzaam bij de gemeente als beheerder Openbare Ruimte. Hij is onder meer verantwoordelijk voor het asfaltonderhoud in Venlo.

Een duurzame kijk op ons asfalt

Een interview met Wesley Scheijvens

Na jarenlang als uitvoerder en projectleider in de wereld van de wegenbouw te hebben gewerkt, wilde Wesley Scheijvens meer ruimte voor zijn gezin vrijmaken. “Als projectleider heb ik aan veel grote projecten gewerkt, zoals de ondertunneling in Maastricht. Ik was altijd als eerste op een werkplek om ervoor te zorgen dat mijn mensen op tijd aan de slag konden gaan. Dat betekende vaak om vijf uur ’s morgens opstaan en lange dagen maken. Ik vind de wereld nog altijd heel interessant, maar ik benader de werkzaamheden als beheerder Openbare Ruimte nu graag vanuit de andere kant.”

Het team Realisatie en Beheer Openbare Ruimte van de gemeente Venlo zorgt ervoor dat de openbare ruimte van Venlo schoon, leefbaar en bij de tijd blijft. Binnen dit team hebben verschillende clusters hun eigen specialisme. Het onderhoud en aanleggen van asfalt valt onder het cluster civiele techniek. En binnen de civiele wereld is best veel gaande de laatste jaren. “Je merkt dat de wereld van de mannen die buiten in de modder staan te werken, heel erg aan het veranderen is. Voorheen legden we vaak gewoon de weg terug zoals die er lag. Nu onderzoeken we steeds meer wat de wenselijke en meest ideale wegsituatie is voor inwoners, bedrijven en regels, maar ook voor de natuur. Misschien wordt een weg wel minder gebruikt en kan die versmald worden, waardoor er ruimte komt voor groen. En als we weten dat de ondergrondse pijpen, leidingen en kabels over een jaar vernieuwd worden, wachten we met asfaltonderhoud. We maken dan eerst samen een plan, waarbij we ook kijken naar hoe het duurzaam kan.”

“Wij zijn als gemeente op veel vlakken al superduurzaam bezig, maar dat is helaas niet altijd zichtbaar” 

Duurzaamheid speelt een steeds belangrijkere rol bij de keuzes die gemaakt worden in de openbare ruimte. “Eigenlijk zijn we als gemeente al super duurzaam bezig, maar dit wordt niet altijd opgemerkt. Omdat het niet altijd zichtbaar is, maar ook omdat mensen vaak niet weten waar we precies mee bezig zijn. Zo gebruiken we al bijna twintig jaar geen asfalt met teer meer; door de toevoeging van duurzame, plantaardige producten is dat niet meer nodig. Bovendien kan asfalt tegenwoordig bijna helemaal worden hergebruikt. Oud en kapot asfalt wordt eruit gefreesd en naar een asfaltcentrale gebracht. Daar wordt het gewassen, gezeefd en hergebruikt voor nieuw asfalt. Asfalt is een circulair product; dat steeds rondgaat. Al kost de bewerking in een asfaltcentrale wel nog altijd energie en uitstoot.”

De duurzame visie van de gemeente houdt ook in dat er steeds meer naar de lange termijn wordt gekeken. “In plaats van dat we eerst kijken naar het geld en daar onze plannen op aanpassen, draaien we de zaak om. We kijken eerst naar de toekomst en proberen daarvoor de beste wegsituatie te maken. Soms lukt het niet en kunnen we alleen het asfalt vervangen. Als het echter lukt om een wegsituatie zó te verbeteren dat het past binnen de wettelijke regels, de wensen van inwoners, het budget, de klimaatnormen, de stedelijke visie en de aanwezige kabels en leidingen, dan geeft dat veel voldoening. Dat is wat mijn werk zo mooi maakt!”

“We proberen een wegsituatie zó te verbeteren dat het op alle fronten past: binnen de wettelijke regels, de klimaatnormen, de bestaande structuren en de wensen van burgers.”

Aan het maken van nieuwe wegen gaat veel vooraf. Jaarlijks worden wegen geïnspecteerd volgens de wettelijke richtlijnen, daarna wordt een meerjarenplan opgesteld. “Bij het opstellen van het plan nemen we niet alleen de opmerkingen van de inspecteurs mee, maar ook de meldingen van inwoners. We kijken ook zelf actief welke zaken er spelen. Misschien is ergens een weg nog goed, maar is er sprake van geluidsoverlast of melden inwoners dat auto’s er te hard rijden. Als het plan klaar is, gaan we naar buiten voor technisch onderzoek. We kijken dan naar de liggende structuren en funderingen. Daarna zoeken we een aannemer die de klus kan klaren. Uiteraard moet alles wat we doen passen binnen de wettelijke regels en de budgetten. Soms zijn zaken tegenstrijdig. Een fietsstraat waarop auto’s ‘te gast’ zijn, moet bijvoorbeeld rood gemarkeerd worden volgens het verkeersbeleid, maar de rode coating om het asfalt te kleuren is minder duurzaam. We leggen dan steeds vaker bruin asfalt, omdat dit milieuvriendelijker is, maar het beleid is daar nog niet helemaal op ingericht. Het kan daardoor vaak wel een jaar duren van plan tot uitvoering. Er komt gewoon heel veel bij kijken.”

Het wegenplan van een stad, we bevinden ons er dagelijks in, maar zijn ons er nauwelijks bewust van. “Soms hebben mensen negatieve associaties bij asfalt en vinden ze het stinken. Maar asfalt is wel het tapijt waar alles overheen gaat en waar kabels en rioleringen onderdoor gaan. Asfalt vormt de levensaders van een stad en legt verbindingen over heel de wereld. Het zou mooi zijn als mensen beter beseffen wat erbij komt kijken en dat het best wel een duurzaam product is. De meesten van ons maken er immers graag gebruik van.”