29 januari 2019

Zwerfafval opruimen; die heeft zeker een taakstraf?

De gemeente Venlo wil een schone gemeente zijn, zonder zwerfafval. Daarom stimuleren we onze inwoners om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor het schoonhouden van de wijken en dorpen. Dit jaar zetten we elke maand één van vrijwilligers die onze gemeente schoon houden in het zonnetje. Deze keer Paul Huver uit Blerick.

Zwerfafval opruimen; die heeft zeker een taakstraf?

Naam: Paul Huver
Leeftijd: 71 jaar
Wijk: Pepijnstraat en omgeving, Blerick


Waarom ruimt u zwerfafval op?
“Dan ben ik van de straat af. Nee hoor, ik heb genoeg te doen. Ik ben advocaat en bij verschillende clubs bestuurslid. Daardoor zit ik veel achter een bureau. En dat terwijl ik lichamelijk werk, het liefst in de buitenlucht, veel leuker vind om te doen. Het opruimen van zwerfafval biedt dat. En het is ook gezellig, we lopen altijd in duo’s en na afloop drinken we een kop koffie en kletsen we nog wat. 
Daarnaast stoor ik me aan een onverzorgde omgeving. Als ik een ommetje maak raap ik sowieso ook altijd al het afval op dat ik in twee handen kan dragen. Ik stoor me aan het zwerfafval, maar je kunt er ook zelf iets aan doen.
Ik vind het mooi om de reacties van mensen op straat te zien. Je ziet ze denken ‘die heeft zeker een taakstraf.’ Dat heb ik eens via een kennis gehoord. Prachtig toch, een advocaat met taakstraf?! Ik zie de humor er wel van in. Misschien moet ik er eens een verhaaltje bij verzinnen om de mensen te kunnen vertellen wat ik heb gedaan om aan die zogenaamde taakstraf te komen.“
 
Hoe lang doet u dit al?
“Ik denk dat ik zo’n vijftien jaar geleden begonnen ben met het opruimen van zwerfafval. De eerste club waarmee we dat deden viel helaas uit elkaar. Na een tijdje is de huidige club ontstaan. Alles bij elkaar heb ik er wel zo’n tien dienstjaren op zitten.”

Doet u dit alleen of met anderen?
“We lopen in tweetallen, we zijn in totaal met zeven personen. Dat is vaak wel praktisch, lopen we beiden aan een kant van de weg. Soms is het handig om even met elkaar te bespreken of je iets wel of niet moet meenemen, zoals een verloren wieldop die in de goot ligt.”

Hoeveel tijd besteedt u er gemiddeld per maand aan?
“We gaan één woensdag in de maand de straat op. Meestal beginnen we rond half tien. En tegen half twaalf gaan we lekker aan de koffie. Dus zo’n twee uur per maand. Valt wel mee toch?”

Moet u er andere dingen voor laten?
“Nee, niets! Mensen denken wel eens dat het met regen niet zo leuk is. Maar weet je, het regent vrijwel nooit in Nederland. We denken van wel, maar het valt reuze mee. En áls het dan eens regent, nou dan doe ik gewoon zo’n plastic jasje aan. Geen probleem.”

Wat is uw meest bijzondere vondst?
“Ik heb eens een inbrekerspakket gevonden in de struiken. In een plastic tas zaten een accuboormachine, grote schroevendraaier en koevoet. Waarschijnlijk heeft de inbreker het snel weggegooid nadat hij betrapt werd ofzo.  Ik heb er nog aangifte van gedaan bij de politie. Uiteindelijk mocht ik het houden, maar helaas zat er geen oplader bij de accuboormachine.”

Kunt u nog hulp gebruiken?
“Jazeker, extra hulp is altijd welkom. Zeven mensen is weinig en een deel van de groep is ook al op leeftijd. Het lukt wel, maar een paar handen extra zou heel fijn en gezellig zijn. Zou toch moeten kunnen, het gaat maar om één woensdagochtend in de maand.”